Weerzien
Ik reed ze bijna van hun sokken
toen ik met hoge snelheid
die godvergeten bocht om ging.
Van schrik hield ik even in.
Voorop, als een goed geijkt kompas,
grijze haren, tegenwind,
ging de meedogenloze rede
schuil achter een vaag grimas.
Vlak daarachter, met lichte pas,
lijdzaam volgend, in de luwte
liep het liefdevol gevoel, dat ondanks alles
aan zijn zij gebleven was.
Mijn ogen vonden in dat gezicht
rimpelige lippen, fel gestift,
waarin ik als bij donderslag
mijn eigen tante Cor terugzag.
ArtemisiA
